Pieter Jaarsma

Omhoog

    

 

Pieter Jaarsma, gentleman-oplichter, haalt de krant

laatste wijziging dinsdag 21 oktober 2014

Rotterdamsch Nieuwsblad,  9 november 1933

 Uit de vele krantenberichten over hem:   

De keurig in leer gebonden albums welke in de koffers werden gevonden, bevatten een verzameling foto's, handtekeningen, opdrachten en tevredenheidsbetuigingen welke men zonder overdrijven uniek kan noemen en kan beschouwen als het bedrijfskapitaal van Jaarsma, waarmee hij niet alleen eenvoudige menschen , maar ook bij autoriteiten vertrouwen wist te wekken en indruk te maken. Naarmate deze verzameling zich uitbreidde werd zijn optreden als zwendelaar ook minder moeilijk en was de kans op ontdekking van strafbare feiten minder groot.

Jaarsma, alias Putnam, zoals hij zich in de Vereenigde Staten noemde, was in de eerste plaats naar Hollywood getrokken en was daar in de filmstad kind aan huis. Met de mindere grootheden van het witte doek hield hij zich niet op. Niemand minder dan Douglas Fairbanks, Charly Chaplin, Jeanette MacDonald, Claudette Colbert, Mary Pickford, Clive Brooks, Marlene Dietrich en vele anderen kon hij zijn vrienden en vriendinnen noemen, wat blijkt uit de foto's met authentieke opdrachten en handtekeningen.

Van Hollywood wilde hij naar de Olympische Spelen is Los Angeles trekken om daar voor een Amsterdamsch dagblad, zoals hij voorgaf, de verslagen te maken. Even voor zijn vertrek trof hem echter een ongeluk waardoor hij later met een ambulance-auto naar Los Angeles moest worden vervoerd. Interessant is de foto in het album waarop men Jaarsma Putnam in de ambulance auto ziet liggen en niemand minder dan Douglas Fairbanks,  Mary Pickford en Claudette Colbert hartelijk afscheid van hem nemen. Met de bewijzen van sympathie van vrijwel geheel Hollywood in zijn zak, trok Putnam welgemoed naar de Olympische Spelen waar het hem blijkbaar geen moeite kostte - mede door het tonen van een visitekaartje: Bernhard Putnam, Holland Daily News, Holland. (deel van de tekst niet goed te lezen)

Het interessantste stuk uit de verzameling is wel het grote album dat Putnam getiteld heeft "Seals of Peace" (Vredeszegels). Dat album album bevat alleen zegels en handteekeningen van staatshoofden en men treft er o.a. de handteekeningen en zegels met linten in aan van Mussolini, Hoover, Franklin Roosevelt, Lebrun, Herrot, den staatssecretaris van het Vaticaan Pucelli enz. Putnam wist deze handteekeningen en zegels te verkrijgen doorvoor te spiegelen dat hij dat boek bestemd had voor H.M. Koningin Wilhelmina en, voor zover uit ander materiaal blijkt, kan het overgrote deel als echt worden beschouwd.

Zoo bevindt zich tusschen de andere in de koffers gevonden papieren een brief van de secretaris van den Prins van Wales die Putnam bericht dat de Prins van Wales gaarne zijn handteekening zal zetten als hij weer in Londen is teruggekeerd. Deze handteekening ontbreekt echter zoodat aangenomen mag worden dat Putnam eerder uit Londen vetrokken is. Typisch zijn de aan blanco-bladen aangehechte papiertjes waarop staat geschreven: Reservé pour S.M. Roi Albert Belgique, Reservé pour Jimmy Walker.

Niet minder interessant is het album waarin hij opdrachten en tevredenheidsbetuigingen verzamelde van autoriteiten. In vele staten van Amerika heeft hij blijkbaar de gouverneurs tot zijn vrienden kunnen rekenen. Niemand minder dan de tijdelijk zaakgelastigde van Nederland te Washington schreef in het boek: "Een vaderlandsche groet aan Bernhard Putnam, die Nederlandsche journalistiek in Amerika zoo voorbeeldig heeft helpen hooghouden". Met een dergelijk "bedrijfskapitaal" zal het wel niemand verwonderen dat hij den hotelhouder er tusschen wist te nemen.

             

          Alkmaarsche Courant,  9 november 1933    

 

                   Alkmaarsche Courant,  4 juli 1934                                  De Heldersche Courant,  26 juli 1934

 

   

Een achterneef van Pieter mailde me medio oktober 2014:                                                                                                                                     

Hij stond binnen zijn familie bekend als een aardige man waarmee je kon lachen. Men genoot altijd van zijn verhalen. Oom Piet was zoiets als een slimme en succesvolle schurk. Hij was erg behulpzaam voor mijn oma, bijvoorbeeld door vlees voor haar te malen terwijl haar man daar geen tijd voor had (te druk met zijn meubelzaak in Ermelo). Ik heb hem één keer ontmoet, dat was omstreeks 1975. Hij was iets langer dan ik nu ben, mager, met een goudkleurig brilletje op zijn neus. Voor mijn moeder was hij toen vriendelijk en behulpzaam, hij vroeg of ze honger had en bakte een omeletje voor haar.

Dit geschetste beeld van oom Piet lijkt mooi, maar. . . . als hij bij mijn oma kwam logeren, dan was hij alweer verdwenen voordat iedereen wakker werd. Het lood van de gordijnrails was dan door hem gestolen en inmiddels verkocht. Andermans eigendom was roofgoed voor hem. Je wist nooit of hij de waarheid sprak. Een familielid vroeg eens aan hem waarom hij niet met zijn eigen paspoort reisde (volgens de familie bezat hij 7 paspoorten). Hij keek die persoon aan of 'ie gek was geworden en zei; "no man, that's dangerous!".